Het leven in de ashram, deel 3.
Het leven hier is als het eten dat we krijgen: simpel en puur, maar ook voedzaam en lekker. Het is geen driesterrenrestaurant, maar dat ene, onontdekte tentje waar je stiekem het allerliefste komt. Dat komt door de mensen en door de omgeving.
Niemand is heilig; ook in een ashram wordt weleens geroddeld en gezeurd. Maar buiten dat werkt iedereen hard en probeert men dit leven zo bewust en oprecht mogelijk te leven. En de omgeving zorgt ervoor dat we iedere dag in de allermooiste feestzaal mogen doorbrengen. Om mezelf niet teveel te frustreren als ik teveel nadenk tijdens de avondmeditatie, ga ik na een half uurtje altijd de tempel uit en naar 'mijn' plekje. Dat plekje is op het dak van de yogahal. Er staan hier in de vier hoeken vierkante, betonnen blokken en een ervan is mijn zetel. De steen is om een uur of half 7 nog warm van de zon voelt als een vertrouwde kruik onder mijn billen. De reden dat ik juist dit plekje heb uitgekozen, is het uitzicht. Als kind klauterde ik al tot in de top van de boom om alles goed te kunnen observeren en dat doe ik nog steeds graag. Het hele landschap ligt aan mijn voeten. Vanwege de regen is de natuur nu op haar mooist. Er zijn onvoorstelbaar veel soorten groen te zien. Alle schakeringen, alle nuances. In de verte zie ik de eerste toppen van de Himalaya. Die stellen zich op hun beurt weer tentoon in verschillende tinten blauw. Ik zit op dat plekje en kijk en luister en ruik. Het gezoem van insecten, het gefluit van de vogels. Heel in de verte hoor ik een trein. Af en toe ruik in een zweem bloemen aroma of een kruid dat ik niet kan plaatsen. En als ik naar rechts kijk vindt het mooiste stukje natuurverschijnsel aller tijden plaats: het ondergaan van de zon. Groots en gloeiend oranje zakt ze stukje bij beetje naar beneden. Met haar laatste kracht streelt ze zacht en warm mijn wang en dan verdwijnt ze langzaam achter de blauwe bergtoppen. Gelukkig is ze morgen weer terug. Ik geniet zo van dit momentje met mezelf en de natuur. Ik voel en zie al dat leven en besef dat ik niet meer nodig heb dan dit. Het is goed zo.
Niemand is heilig; ook in een ashram wordt weleens geroddeld en gezeurd. Maar buiten dat werkt iedereen hard en probeert men dit leven zo bewust en oprecht mogelijk te leven. En de omgeving zorgt ervoor dat we iedere dag in de allermooiste feestzaal mogen doorbrengen. Om mezelf niet teveel te frustreren als ik teveel nadenk tijdens de avondmeditatie, ga ik na een half uurtje altijd de tempel uit en naar 'mijn' plekje. Dat plekje is op het dak van de yogahal. Er staan hier in de vier hoeken vierkante, betonnen blokken en een ervan is mijn zetel. De steen is om een uur of half 7 nog warm van de zon voelt als een vertrouwde kruik onder mijn billen. De reden dat ik juist dit plekje heb uitgekozen, is het uitzicht. Als kind klauterde ik al tot in de top van de boom om alles goed te kunnen observeren en dat doe ik nog steeds graag. Het hele landschap ligt aan mijn voeten. Vanwege de regen is de natuur nu op haar mooist. Er zijn onvoorstelbaar veel soorten groen te zien. Alle schakeringen, alle nuances. In de verte zie ik de eerste toppen van de Himalaya. Die stellen zich op hun beurt weer tentoon in verschillende tinten blauw. Ik zit op dat plekje en kijk en luister en ruik. Het gezoem van insecten, het gefluit van de vogels. Heel in de verte hoor ik een trein. Af en toe ruik in een zweem bloemen aroma of een kruid dat ik niet kan plaatsen. En als ik naar rechts kijk vindt het mooiste stukje natuurverschijnsel aller tijden plaats: het ondergaan van de zon. Groots en gloeiend oranje zakt ze stukje bij beetje naar beneden. Met haar laatste kracht streelt ze zacht en warm mijn wang en dan verdwijnt ze langzaam achter de blauwe bergtoppen. Gelukkig is ze morgen weer terug. Ik geniet zo van dit momentje met mezelf en de natuur. Ik voel en zie al dat leven en besef dat ik niet meer nodig heb dan dit. Het is goed zo.

<< Homepage