22-10-2009

Mijn spoor op de berg.

Mijn vingers hangen zwijgend boven het toetsenbord. Ik kijk nog maar een keer uit het raam. Hoe omschrijf ik de mooiste plek op aarde? Hoe vertel ik dat ik opnieuw geboren ben? Welke woorden kunnen ooit de grootsheid van de Himalaya's halen? Ik doe een poging, maar weet nu al dat ik falen zal.

Spiritualiteit en de Himalaya's horen bij elkaar. Al eeuwen trekken Sadhu's, Sadhaks, Goeroes, Swami's en alles wat daar bijhoort de hoge bergen in. Een theorie hierover heb ik nog niet gehoord, maar nadat ik er geweest ben weet ik waarom. Voel ik waarom.
De reis begon in Badrinath, een heilige plaats waar de Ganges als azuurblauw lint doorheen stroomt. Vers van de bergen lijkt het water op dat van de Caribische zee. Glinsterend, helder, puur. Op het moment dat we aankwamen, vielen de eerste vlokken sneeuw van het jaar op onze verbaasde neuzen. En koude neuzen, want hier waren we natuurlijk niet meer aan gewend. Bardinath is een bijzondere plaats met een prachtige tempel. Deze bezochten we en daarna maakten we in de buurt een geweldige wandeling. Flinke stappen over harde paden, omringd door de hoogste bergen met besneeuwde toppen. De nacht doorbracht in een hotelletje en de volgende dag op weg naar Auly, waar een volgende wandeling op het programma stond. Een groenere variant dit keer. Weer andere
vergezichten, nieuwe indrukken. Voor de tweede keer met 'my sweet neighbour' op de kamer in een ander hotel. Weer een lange autorit; naar het gehucht Chopta dit keer. Vanuit dit mini dorpje is het mogelijk om naar boven te trekken. Een olijke muilezel bracht me de eerste twee kilometer hobbelend naar boven. De laatste twee deed ik te voet. Mijn longen vechtend met de ijle lucht, mijn benen vechtend met de steile helling. Maar mijn lichaam is moedig en bracht me veilig en gezond in Tunganat. Wat hutten die dienen als winkeltje of 'hotel' worden hier gerund door een groep mannen. 6 maanden per jaar vertoeven ze hier. Daarna komt de sneeuw en moet iedereen weg. Dit is over een paar dagen al, dus we hadden geluk. Het geluk staalde ons sowieso toe deze dag: de hemel was strakblauw en je kon tot in de verste verte alles zien. We bezoeken de kleine tempel die al meer dan 5000 jaar in deze rots bestaat. Hoeveel mensen moeten hier al geweest zijn. Hoeveel gebeden en meditaties zijn hier gedaan. Maar het letterlijk hoogtepunt moet nog komen... Een kilometer hoger is namelijk de top van de berg. Een kilometer met nog ijlere lucht, nog steilere paden. Ik hijg en zweet en ploeg. Als ik wat vlaggen zie wapperen en een klein tempeltje ontwaar, krijg ik een brok in mijn keel. Ik bereik de top en loop en kijk en adem zonder lucht. En dan is er nog maar een ding wat ik kan doen: huilen, huilen, huilen.
Ik huil en stamel zachtjes “thank you, thank you, thank you”. Bedankt dat ik hier mag zijn, dat ik dit mag zien. Bedankt lichaam, dat je me hier bracht, ondanks alles wat ik je heb aangedaan. Bedankt voor de bergen, de wolken, de zon. Bedankt voor deze ervaring, dit moment, deze plek. En vooral, vooral, vooral: bedankt dat ik leef.

Labels: , , ,