Ons Dorp.
Twee keer per dag rijdt de Aurovalley schoolbus op en neer naar het dorp om kindertjes van en naar school te vervoeren. Ongeveer dertig donkere koppies stuiteren op en neer in de banken en als iemand uitstapt, dan gaat dat gepaard met veel gezwaai en 'Bye, byeeeeeeeee!” geroep. Het kindje dat uitstapt heeft meestal een tas op zijn of haar rug dat stukken groter is dan hem- of haarzelf en dat is dan ook zo'n ontroerend schouwspel dat ik er spontaan tranen van in mijn ogen krijg. Mama, papa of een ouder broertje of zusje staat klaar om de kleine studiebol mee naar huis te nemen. Naast de kindjes vervoert de bus in de middag meestal ook een paar grote witte reuzen. De bewoners van de Ashram, dus. Want in Raiwala, ons dorp, doen we onze dagelijkse boodschappen. De rit duurt maar een kwartier en dan zijn we in het centrum.
Raiwala is bepaald geen lichtstad. Het is een doorsnee Indiaas dorp met veel gedoe: toeterende auto's, grote gaten in het wegdek, vuil op straat en stof, heel veel stof. Langs de weg vind je allemaal kleine winkeltjes die veelal hetzelfde aanbieden: telecom benodigdheden, voedsel, stoffen of huishoudelijke artikelen. Nou is dat gelukkig precies wat een doorsnee ashrambewonder nodig heeft op een gemiddelde doordeweekse dag. Het wandelingetje gaat dus van beltegoed via ijsje naar wc-papier om ten slotte bij de appels uit te komen (met gesmolten ijs op mijn kin).
Bij het beltegoed is het elke dag weer afwachten welke 'deal' de aanbieder heeft en ook de appels willen nog weleens van prijs verschillen. Gelukkig hebben veel producten, zoals wc-papier, een vaste prijs die op het artikel gedrukt staat.
Als je ergens langer bent, krijg je automatisch je vaste stekkies. Het ijsje wordt natuurlijk bij die lieve, oude meneer gekocht en het beltegoed vooral niet bij die ene winkel waar het zo lang duurt. Onderweg kom ik zelfs bekenden tegen: de familie van Mo, ouders van kinderen die ik Engelse les geef of gewoon een winkelier die me herkent van voormalige bezoekjes. Iedereen groet elkaar en wandelt rustig zijn of haar rondje. En dit is precies waarom ik het zo fijn vind hier 4 maanden te zijn: het gevoel echt ergens anders te wonen. Deel uit te maken van deze vreemde gemeenschap waar iedereen arm is, maar waar niemand klaagt. En ook al is dit een smoezelige plek waar weinig goed geregeld is en waar eigenlijk niet zoveel te beleven valt: dit is mijn dorp.
Raiwala is bepaald geen lichtstad. Het is een doorsnee Indiaas dorp met veel gedoe: toeterende auto's, grote gaten in het wegdek, vuil op straat en stof, heel veel stof. Langs de weg vind je allemaal kleine winkeltjes die veelal hetzelfde aanbieden: telecom benodigdheden, voedsel, stoffen of huishoudelijke artikelen. Nou is dat gelukkig precies wat een doorsnee ashrambewonder nodig heeft op een gemiddelde doordeweekse dag. Het wandelingetje gaat dus van beltegoed via ijsje naar wc-papier om ten slotte bij de appels uit te komen (met gesmolten ijs op mijn kin).
Bij het beltegoed is het elke dag weer afwachten welke 'deal' de aanbieder heeft en ook de appels willen nog weleens van prijs verschillen. Gelukkig hebben veel producten, zoals wc-papier, een vaste prijs die op het artikel gedrukt staat.
Als je ergens langer bent, krijg je automatisch je vaste stekkies. Het ijsje wordt natuurlijk bij die lieve, oude meneer gekocht en het beltegoed vooral niet bij die ene winkel waar het zo lang duurt. Onderweg kom ik zelfs bekenden tegen: de familie van Mo, ouders van kinderen die ik Engelse les geef of gewoon een winkelier die me herkent van voormalige bezoekjes. Iedereen groet elkaar en wandelt rustig zijn of haar rondje. En dit is precies waarom ik het zo fijn vind hier 4 maanden te zijn: het gevoel echt ergens anders te wonen. Deel uit te maken van deze vreemde gemeenschap waar iedereen arm is, maar waar niemand klaagt. En ook al is dit een smoezelige plek waar weinig goed geregeld is en waar eigenlijk niet zoveel te beleven valt: dit is mijn dorp.

<< Homepage