10-11-2010

Glans



Sinds ik in de ashram ben, knaagt er iets. Een gevoel van onrust, onzekerheid. Dit gevoel werd groter en groter de afgelopen tijd. Zo groot zelfs, dat ik overwoog weg te gaan. Maar wat is het dat knaagt? Wat maakt me onrustig en onzeker? Ik ben er inmiddels uit dat het waarschijnlijk mijn Ego is. In Nederland heb ik bepaalde identiteiten en daar identificeer ik mij mee. Hier ben ik niets en niemand; een gereedschap van de Divine. Het werk dat ik doe is steeds verschillend en als Swamiji het anders wil, dan gebeurt dat. En dat vind mijn Ego helemaal niet leuk! Die is gewend zijn mening te geven en zichzelf belangrijk te vinden. Die is gewend dat ik doe wat hij zegt en dat hij mij kan sturen. Naar links, naar rechts, op zijn kop en terug.

Ons hele land wordt geregeerd door Ego, dus het is niet vreemd dat de mijne hier zo sterk reageert. Van jongs af aan word ons ego gevoed en vertroetelt. En dat is vreemd, want ons Ego is eigenlijk de slechtste raadgever die we hebben. Als hij wil dat we linksaf gaan, is dat meestal een weg die langer, zwaarder en pijnlijker is dan welke route dan ook. Het Ego stuurt ons altijd langs een omweg. Hij is namelijk helemaal niet geïnteresseerd in liefde, vrede en rust. Wat brengt het Ego ons dan wel? Onrust en onzekerheid. Het Ego is degene die ons laat lijden.

Een ashram is een laboratorium, een experiment waarbinnen we juist deze aspecten van ons Zijn proberen te ontdekken aan te pakken. En dat gaat niet altijd zonder slag of stoot. Het is alsof je de kamer stoft: eerst dwarrelt al het stof in het rond en zie je niets. Maar dan wordt het langzaam helderder en uiteindelijk merk je dat alles een diepere glans heeft. Ik zit nu nog even in het stof.  In stilte en met geduld haal ik de doek langs mijn interieur en hopelijk zie ik heel, heel snel de glans verschijnen.