De tranen van Tibet
In de Indiase staat Himachal Pradesh ligt tussen de bergen de stad Dharamsala. Een paar kilometer daarboven ligt McLeod Ganj. Dit is de plek waar de Dalai Lama eind jaren vijftig heenvluchtte. Weg van zijn thuis Tibet, weg van de Chinese bezetting. En zoveel Tibetanen volgden hem in de jaren daarna.
Mcleod Ganj is een kleine plaats; slechts een paar lange straten vol winkeltjes, cafés en stalletjes. Alles is te krijgen voor de toeristen, backpackers en bezoekers: kleding, souvenirs, heerlijk gebak, cursussen massage, yoga, muziek, reiki, dans, koken, etc. De plek die iedereen hier wel bezoekt is de tempel van de Dalai Lama. Een sober maar mooi verblijf. Boeddhistische monniken zijn bijna een attractie met hun kale hoofden, donkerrode gewaden en lachende ogen
.
Vanuit ieder guesthouse kan men genieten van een spectaculair uitzicht. Groene bergen met in de verte besneeuwde toppen. De Grandioze, overweldigende, magische Himalaya’s. Wij Westerlingen denken bij het bekijken misschien aan klimmen, skiën of hooguit mediteren in een grot. Maar wat is de associatie van de Tibetanen bij het zien van de hoogte, de sneeuw en het onbegaanbare…?
Op het eerste gezicht zijn de Tibetanen een vriendelijk, goedlachs volk. Ze verkopen souvenirs op straat of werken in een van de vele restaurants. Je ziet ze met hun ‘mala’, gebedsketting, tussen de vingers, naar de tempel lopen. De oudjes schuifelen in traditionele kledij langs en mompelen een mantra, de jongeren in spijkerbroek snellen voorbij.
Een ding hebben al deze mensen, jong en oud, gemeen: ze zijn vluchteling. Allemaal hebben ze hun huis, hun familie en vrienden achtergelaten. Allemaal zijn ze de bergen overgestoken op zoek naar een beter bestaan. Een barre tocht van drie weken tot een paar maanden. Een tocht met gevaar voor eigen leven. Want niet alleen de kou ligt op de loer tijdens deze vlucht; de Chinese politie patrouilleert langs de hele route. En die zijn niet bang om te schieten. Of om de vluchtelingen in de gevangenis te gooien, waar martelingen nog steeds de dagelijkse realiteit zijn.
Wij herdenken in Nederland nog ieder jaar de Tweede Wereld oorlog. Maar staan we er wel genoeg bij stil dat er in Tibet inmiddels 1 miljoen mensen zijn omgebracht door de Chinezen? De Dalai lama, de moedige, warme, ontwapenende Dalai Lama vecht al bijna zijn hele leven voor zijn land. Een strijd voor begrip en rechtvaardigheid. Een strijd zonder geweld.
In Mcleod Ganj en in de rest van de wereld, wonen honderdduizenden Tibetanen die dagelijks hun moeder, broer, zus, vriend en land moeten missen. Sommigen liggen iedere nacht te zweten in bed door de nachtmerries over martelingen die ze hebben moeten doorstaan in Chinese gevangenissen. Hoelang laat het Westen deze mensen nog in de kou staan? Hoelang nog laten we de Chinese onderdrukker zijn gang gaan? Laat de wereld in vrijheid leven. Free Tibet!


<< Homepage